Delfshaven is ontstaan toen de gemeente Delft een eigen haven nodig had.
Het vervoer over water ging, en gaat nu nog steeds, over de rivier de Schie.
De hertog Aelbrecht van Beieren gaf in 1389 toestemming aan de stad Delft om
een waterdoorgang te graven naar de Maas. Daarmee kwam Delft in het bezit van
een eigen haven voor (de grotere) zeeschepen.
Aan de monding van de Delfshavense Schie groeide een kleine nederzetting en in 1398 ontstond Delfshaven. De bevolking leefde van visvangst, scheepsbouw en van de jeneverbranderij. Voor dit laatste werden er moutmolens gebouwd.
Tot het jaar 1811 behoorde Delfshaven bij Delft. In de Franse tijd is Delfshaven
van 1795 tot 1803 korte tijd zelfstandig geweest en werd dit in 1811 opnieuw.
Niet voor lange tijd, want in 1886 werd Delfshaven bij Rotterdam gevoegd. In
die korte periode van zelfstandigheid verkreeg het in 1825 wel de status van
"stad" en de bijbehorende stadsrechten. Vanaf die tijd gebruikte de
stad officiëel haar eigen stadswapen, afgeleid van het voorheen gebruikte
wapenschild van Delft [zie popup], doch nu voorzien van een haring en drie korenhalmen,
symbolisch voor de visserij en de brandewijnindustrie. In haar geschiedenis
kende Delfshaven vele roerige momenten zoals de bezetting door de Spanjaarden,
de Hoekse en Kabeljauwse twisten, maar ook branden, overstromingen en armoede.
Hoewel Delfshaven, uit concurrentieoverwegingen, atijd kort werd gehouden door
het stadsbestuur van Delft, zijn er ook tijden van voorspoed en welvaart geweest.
Pilgrim Fathers
Delfshaven geniet internationale bekendheid door de Pilgrim Fathers (Pelgrimvaders).
Deze groep mensen was wegens hun godsdienst uit Engeland gevlucht. Na een verbijf
Nederland zijn ze naar Noord-Amerika uitgeweken.
Daar legden zij als de eerste kolonisten de grondslag voor New England.
In 1620 vertrokken ze vanuit Delfshaven met hun schip, de "Speedwell".
Eerst naar Southampton en vandaar met onder andere de "Mayflower"
naar Amerika. De Pelgrimvaderskerk (1761) aan de Voorhaven herinnert hier nog
aan.
Pieter Pieterszoon Heyn, de vlootvoogd, is bekend door zijn verovering van de Spaanse Zilvervloot in 1628. Hij is in 1577 geboren in Delfshaven in een huis in de Kerkhofsteeg of Kerkstraat. Sinds 1870 heet deze straat "Piet Heynstraat".
De geschiedenis van Delfshaven vinden we terug in de vele historische panden
rond de Voor- en Achterhaven.
Voorbeelden daarvan zijn de Pelgrimvaderskerk, het Henkespand met de ooievaar
op de gevel, het Oude Raadhuis van de stad Delfshaven, museum De Dubbelde Palmboom,
het VOC-gebouw, het authentieke Zakkendragershuisje, het Weeshuis en de korenmolen
De Distilleerketel, te zien op de afbeelding rechtsonder. Klik op de foto voor
een vergroting in kleur.
De VOC bestond uit 6 kamers (vestigingen) te Amsterdam, Middelburg, de Maasmond
(Rotterdam en Delft), West-Friesland (Hoorn en Enkhuizen), die de schepen uitrustten.
Het dagelijks bestuur bestond uit 17 leden: de Heren XVII .
In Azië werd een groot imperium opgebouwd. Als enige Westerse mogendheid
richtte de VOC ook in Japan een vestiging op, op het eiland Decima.
Het monopolie van de VOC werd uiteraard betwist door andere mogendheden, met
name door Engeland, en was de aanleiding voor een aantal handelsoorlogen. De
vier Engelse oorlogen in de 17e en 18e eeuw leidden tot belangrijke zeeslagen
in de machtsstrijd om deze commerciële belangen.
Tot de producten die door de compagnie verhandeld werden behoorden o.a. peper, kaneel, nootmuskaat, koffie, thee, foelie, kruidnagels, katoen, zijde en porcelein.
anecdote
Dat de hoge heren der VOC in Nederland niet altijd over de juiste kennis van
zaken beschikten toont de volgende anecdote. Toen men ontdekte dat er op de
foelie veel meer werd verdiend dan op de nootmuskaat werd de opdracht gegeven
om op Banda alle nootmuskaatbomen plat te branden en uitsluitend foeliebomen
aan te planten. Toen de heren werd uitgelegd dat beide specerijen van dezelfde
boom (Myristica Aromatica) afkomstig zijn, werd de opdracht haastig weer ingetrokken.
afstand
Vanwege de grote afstand, een bericht uit "de Oost" deed er 8 maanden
over, werd een permanent bestuur in Batavia (Java, Indonesië) ingesteld.
Het bewind in Indië was hard en niet altijd eerlijk.
Delfshaven
De VOC heeft ook voor Rotterdam een belangrijke rol gespeeld. Als één
van de zes kamers ontving Rotterdam niet alleen haar deel van de VOC-winst,
maar was de stad ook verzekerd van veel werkgelegenheid in de diverse havens
en op de scheepswerven, waar druk werd gebouwd aan VOC- schepen.
Ook Delfshaven, als vestigingsplaats van de werf en het magazijn van de Kamer
Delft, deelde mee in het succes van de VOC.
Zo herinnert onder meer het voormalige VOC-gebouw aan de Achterhaven nog aan
het roemrijke VOC-verleden. En het was ook hier recht tegenover op de punt van
de Waaldijk, het Oosterhoofd, dat ruim tweehonderd jaar geleden in opdracht
van de Admiraliteit 's-Lands Schip van Oorlog DELFT werd gebouwd.
Nederland heeft een zeemacht sinds 1488 in wisselende structuren. In het voorjaar
van 1597 stichtten de Staten-Generaal in de gebieden welke aan de zee grensden
vijf zogenaamde 'admiraliteiten':
Admiraliteitscollege van Zeeland
Admiraliteitscollege op de Maze
Admiraliteitscollege van Amsterdam
Admiraliteitscollege van het Noorderkwartier
Admiraliteitscollege van Friesland
Tijdens de verschillende Engelse oorlogen zijn er tal van zeeslagen geweest
onder commando van admiraals, wiens namen ons allemaal wel bekend zullen voorkomen:
Michiel Adriaanszoon De Ruyter, Maarten Harpertzoon Tromp, Cornelis Tromp en
Witte de With. [zie popup]
Admiraliteitscollege op de Maze
Dit college zetelde in Rotterdam en was de oudste en belangrijkste admiraliteit.
Het college had het recht om het vlaggenschip van de opperbevelhebber te leveren.
Onder dit college vielen Zuid-Holland, de Rijngebieden in Gelderland, het gebied
van Maas en Waal en de landen van Overmaze.
patriotten
De vierde Engelse oorlog (1780-1784) en de Amerikaanse Vrijheidsoorlog (1775-1783)
brachten in geheel Europa een ommekeer teweeg. Ook in het gebied van de Republiek
der Verenigde Nederlanden ontstonden er verschillende stromingen o.a. de aristocratische
patriotten, bestaande uit regenten en de democratische patriotten, een tweede
stroming, vanuit de burgerbevolking. De vrijkorpsen die de patriotten oprichtten
veroorzaakten rellen met de prinsgezinden. Ook was dit de tijd van Napoleon.
In deze rumoerige tijd werd begonnen met de bouw van de DELFT.
Bataafse Republiek
Toen in 1794 de (Fransgezinde) Bataafse Republiek werd uitgeroepen, werden de
vijf admiraliteiten opgeheven en samengevoegd tot één Comité
tot de zaken der Marine. Aan deze marine werd een speciale vlag verstrekt: de
normale natievlag met de Franse maagd in de bovenhoek aan de mastzijde. Op oude
afbeeldingen van de DELFT komen we deze vlag regelmatig tegen.
wrevel
Veel bemanningsleden waren het er niet mee eens dat ze niet langer onder bevel
stonden van de Prins van Oranje en namen ontslag. Velen weken uit naar Engeland
en schaarden zich achter het gezag van de prins.
De Bataafse Republiek bracht echter ook goede zaken voor de marine voort. Zo
werd het leven aan boord van de schepen menselijker, de opleidingen werden aangepast
en de opleiding tot marine-officier werd aanzienlijk verbeterd. Het moraal aan
boord van de schepen was evenwel ronduit slecht. Op 29
augustus 1799 gaf de Bataafse vloot - acht linieschepen, drie fregatten en een
korvet - zich over aan de Engelse vice-admiraal Mitchell. Zonder ook maar een
schot te hebben gelost.
Tot het midden van de zeventiende eeuw vochten alle schepen van verschillende grootte en bewapening, die bij zeegevechten een vloot vormden, zonder enige slagorde.
tactiek
In 1653 gaf de Britse admiraliteit echter een order uit dat schepen slag moesten
leveren, varend in één enkele lijn, de kiellinie. Dan zou het
"geven van de volle laag" de meeste uitwerking hebben. Behalve goede
oefening en discipline vereiste dit dat de schepen in staat waren met dezelfde
snel-heid te zeilen en dat zij gelijkwaardig bewapend waren. Anders zou een
zwak bewapend schip in de linie gedwongen kunnen worden tegen een veel sterkere
vijand te strijden. Deze tactiek werd door de andere zeevarende naties overgenomen.
indeling
Het gevolg van de nieuwe gevechtstactiek was dat de schepen werden ingedeeld
in klassen naar het aantal stukken geschut waarover het schip officieel beschikte.
De bewapening kon echter sterk variëren, afhankelijk van het doel waarvoor
het schip werd ingezet. Een schip dat minder zware stukken voert is beduidend
lichter, dus sneller en wendbaarder. Tegen het einde van de achttiende eeuw
werden in Nederland de belangrijkste oorlogsschepen ingedeeld in 6 zogenaamde
'charters':
1e charter een schip van het eerste charter had 80 of meer stukken
2e charter 70 stukken
3e charter 60 stukken
4e charter 50 stukken
5e charter 36 stukken
6e charter 20 stukken
Schepen van de eerste vier charters werden sterk genoeg geacht om in de linie van bataille te vechten en werden daarom linieschepen genoemd.
De DELFT was in deze rangorde een linieschip van het vierde charter.
aanpassingen
Door de eeuwen heen veranderde dit soort grote schepen slechts langzaam. Het
waren zelden ingrijpende veranderingen. Het tuig werd geleidelijk aan doelmatiger.
Ra's konden worden verlengd met opzetstukken, de lijspieren, om bij weinig wind
het zeiloppervlak met lijzeilen te kunnen verbreden.
De eerste berichten daarover zijn van rond 1550. De stagen, dat zijn de midscheeps
lopende touwen die de mast in lengterichting stabiel houden, werden ruim een
eeuw later getuigd met stagzeilen.
In de 18de eeuw verloor de scheepsromp haar hoge opbouw. De spiegel werd ronder.
Vlak na de eeuwwisseling werd de boegspriet uitgebreid met een kluiverboom voor
de kluiver. Het duurde niet lang voordat de blindesteng, de verticale mast op
de spriet, verdween. Het bovenblindezeil dat daarbij hoorde werd daarna onder
de kluiverboom gevoerd. Op kleinere schepen verdween later de grote bezaansroede.
Deze werd vervangen door een gaffel. Grotere schepen behielden de bezaansroede
echter nog gedurende bijna de gehele eeuw als een reserverondhout, voor het
geval een van de belangrijke ra's zou worden beschadigd. (informatiebron: Skeppet
- Björn Landström - 1961)
Ook bij de DELFT waren deze vernieuwingen in bouw doorgevoerd.
scheepstypenRecht tegenover het 'Zee-Magasyn' van de V.O.C., op de punt van de Waaldijk, het 'Oosterhoofd', werd ruim tweehonderd jaar geleden, in augustus 1782, begonnen aan de bouw van de DELFT.
Delfshaven anno 1783
Hier werd gebouwd en gebrouwen. In de schemer van de nacht werden bekers geledigd
en weer volgetapt. Overdag was er het geluid van zagen en schaven van hout,
het 'tjakken' van de bijlen. Op de scheepswerf rook het naar teer en houtschaafsel.
De Admiraliteit op de Maze had het jaar daarvoor opdracht gegeven voor het bouwen van een linie-van-bataille schip aan de particuliere scheepswerf De Hoog - De Wit in Delfshaven. De bouw-tekeningen werden gemaakt door Bouwmeester Van Zwijndregt Paulus-zoon. Tegelijkertijd werd de bouw gestart van haar zusterschip BRAKEL bij 's-Landswerf tegenover het Noordereiland, één van de eigen werven van de Admiraliteit.
vaareigenschappen
Gedurende de ontwikkeling van de houten scheepsbouw in Europa bleef er lange
tijd een belangrijk probleem bestaan, namelijk de beheersbaarheid van de vorm
van het onderwaterschip. Die beheersbaarheid was nodig omdat, om schepen in
een gevechtslinie te kunnen manoeuvreren, de onderlinge vaareigenschappen eender
moesten zijn. Er was dringend behoefte aan standaardisering.
In Rotterdam had Pieter van Zwijndregt Pauluszoon (1711-1790) hiervoor een geheel eigen oplossing bedacht in de vorm van een meetkundig controleerbare en herhaalbare methode om de vorm van de spanten van een schip te bepalen. Deze was aan te passen aan de gewenste scheepsvorm.
In feite borduurde hij voort op de oude Hollandse 'shell first' methode, waarbij eerst het grootspant wordt gezet, en daarna de huid (shell) wordt aangebracht om vervolgens de rest van de spanten in het schip aan te brengen.
Wat Van Zwijndregt toevoegde was het volgende:
Allereerst ontwikkelde hij een meetkundig controleer- en herhaalbare methode
om de vorm van de spanten van een schip te bepalen. Die ontwerpmethode was flexibel
in die zin dat hij, afhankelijk van het type schip dat gebouwd moest worden,
de spantvorm kon aanpassen. Daarnaast breidde hij het aantal spanten uit van
één tot elf.
Hij zette die elf spanten op gelijke afstand van elkaar op de kiel door de lengte
van het schip over de stevens op te delen in twaalf gelijke delen. Tussen de
voorsteven en spant één zette hij dan nog een hulpspant en deed
dat tevens tussen spant elf en de achtersteven.
mal
Om de informatie, die nodig is voor een dergelijke wijze van bouwen, onder te
brengen in een overzichtelijk geheel, ontwikkelde Van Zwijndregt een zogenaamd
'spantenraam' van dertien spanten. Dit werd, samen met de uitslag (zijaanzicht
op schaal) van de voor- en achtersteven, door Van Zwijndregt de 'Mal' genoemd.
Dit is een soort vingerafdruk van een schip dat alle informatie geeft die noodzakelijk
is om tot de juiste vorm te komen.
Voor de DELFT maakte Van Zwijndregt ook zo'n Mal. Deze tekening is bewaard
gebleven en bevindt zich in het Maritiem Museum 'Prins Hendrik' te Rotterdam.
De kosten van de bouw van de DELFT bedroegen indertijd 210.000 gulden.
Reeds na tien maanden, in mei 1783, was het schip gereed.
Het is 16 mei 1783 als 's-Lands Schip van Oorlog DELFT in Delfshaven te water wordt gelaten. In de veertien jaren van haar bestaan, zal dit linieschip vele malen worden ingezet om grote konvooien particuliere handelsschepen en de koopvaardijschepen van de Vereenigde Oostindische Compagnie (VOC) en de Westindische Compagnie (WIC) in de Europese wateren te escorteren en te beschermen.
gebeurtenissen rond de DELFT
In 1783 wordt 's-Lands Schip van Oorlog DELFT in Delfshaven te water gelaten
en naar Hellevoetsluis gebracht om verder opgetuigd te worden.
Vroeg in de ochtend van de eerste januari 1787 komt Jan Schreuder Haringman
in Hellevoetsluis als eerste kapitein aan boord. In juni van dat jaar vertrekt
de DELFT naar Denemarken en op 24 december naar Marokko. Doel van de reis is
het versterken van de vriendschapsbanden met de Marokkaanse koning.
Onder het commando van Haringman wordt een begin gemaakt met diverse zeilexercities. Hierbij wordt al gauw duidelijk dat de DELFT een verbazingwekkend snel schip is. Handelsschepen van de VOC en de WIC, die beladen met kostbare lading terugkeren van verre handelsreizen, worden in de Europese wateren begeleid en beschermd door de DELFT. Het schip is ook geregeld in de Middellandse Zee te vinden tijdens een van haar vele patrouille- en vlagvertoonreizen.
Op 31 mei 1793 wordt Theodorus Frederik van Capellen tot de nieuwe commandant van de DELFT benoemd. Onder zijn commando wordt het schip ingezet bij het bevrijden van 75 Hollandse slaven uit Algerije.
Twee jaar later, in 1795, ontslaat het nieuwe, Fransgezinde, Bataafse bewind
alle prinsgezinde officieren. En zo maakt de DELFT kennis met haar derde commandant,
de patriot Gerrit Verdooren van Asperen. Het is een rommelige periode. Op gezag
van de Fransen wordt de DELFT geheel onttakeld, waarbij onder meer de kanons
worden afgezet. De angst bestaat dat de wapens wel eens tegen de overheersers
kunnen worden gebruikt.
Een paar dagen later wordt het schip echter weer helemaal opgetuigd, want het
is misschien toch wel handig om het in te kunnen zetten ...
In 1797 wordt de DELFT inderdaad ingezet: bij de zeeslag bij Camperduin.
[ga naar MENU]
korte samenvatting van de slag bij Camperduin
Op 15 september 1795 verklaart Engeland officiëel de oorlog aan de Bataafse
Republiek. Vanaf dat moment worden er geregeld Britse schepen gesignaleerd in
Nederlandse wateren. Alle oorlogsschepen, ook de DELFT, worden in volledige
staat van tegenweer gesteld.
In totaal bestaat de Bataafse Vloot, onder bevel van vice-admiraal Jan Willem
de Winter, uit 16 linieschepen en 10 fregatten.
vertrek
Op 1 maart 1797 vertrekken vijf schepen vanuit Hellevoetsluis om zich bij de
Bataafse vloot aan te sluiten. Onder hen bevindt zich de DELFT, onder commando
van kapitein Verdooren (afb. rechts). Beide eskaders ontmoeten elkaar bij Camperduin
en gaan op de rede van Texel voor anker. Daarop proberen de Engelsen de havens
van Nieuwendiep en Texel te blokkeren. Het antwoord op deze blokkade komt op
20 juni 1797, wanneer vice-admiraal De Winter op de rede van Texel arriveert.
Het duurt echter tot oktober voordat hij de volgende orders ontvang van het
Comité van de Marine uit Den Haag: "Wij gelasten u met de eerste
goede wind [
] direct zee te kiezen." [
] Het is de bedoeling
dat de vijandelijke vloot zo veel mogelijk schade wordt toegebracht en liefst
wordt vernietigd. En mocht de vijandelijke overmacht te groot zijn, dan moet
De Winter proberen een zeeslag te vermijden en uitwijken naar Texel, de Maas
of Zeeland.
Kort nadat de volledige Bataafse vloot in volle zee is gekomen, wordt een spion
uitgezonden om
te kijken of er Britse schepen in zicht zijn. De spion kan echter geen vijandelijke
schepen ontdekken.
De volgende dag, zondag 8 oktober, wordt bij dageraad ineens een Brits eskader
aan de horizon gesignaleerd. Wanneer het eskader merkt dat het is ontdekt, maakt
het zich snel uit de voeten.
Die nacht zeilt de Bataafse vloot richting Texel, de Britse vloot richting Maasvlakte.
Alles lijkt rustig...
slag
Op woensdag 11 oktober krijgt de Bataafse vloot een Brits schaduweskader in
zicht.
Daarop krijgen de CEBERUS en de DELFT de opdracht twee koopvaarderschepen te
praaien,
om informatie over de Engelsen los te peuteren.
Dan hijst het Britse eskader onverwacht een aantal vlaggenseinen, om de aandacht
van de grote vloot te trekken. Vice-admiraal De Winter geeft onmiddellijk het
sein aan de CEBERUS en de DELFT om terug te keren, maar de laatste vangt het
sein niet op.
Pas als De Winter aan de hele Bataafse vloot de opdracht geeft om zich gereed
te maken voor gevecht, pikt de DELFT het sein op. Het is dan echter al te laat
om haar vaste positie, als vierde schip van achteren in de linie van bataille,
in te nemen. Daarop krijgt ze de opdracht om achter aan te sluiten. Met fatale
gevolgen
De Hollandse linie wacht de vijandelijke aanval af. Dan klinkt een kanonschot: de DELFT wordt beschoten. De kogels vliegen achter elkaar op het schip af en richten een enorme ravage aan. de DELFT kan het kanongeweld maar gedeeltelijk retourneren. Even later wordt zij door twee Britse schepen tegelijk aangevallen, waarbij vele doden en gewonden vallen. Tuig, want en zeilen raken dusdanig bechadigd dat het schip zo goed als onbestuurbaar wordt.
ondergang
De overmacht is uiteindelijk te groot. Op 11 oktober 1797, om ongeveer 13.45
uur, is voor de DELFT de strijd gestreden; kapitein Verdooren geeft zich over.
Het schip is zwaar beschadigd en wordt op sleeptouw genomen. Dan breekt onverwacht
de sleepkabel. Men probeert met man en macht het schip te behouden, maar dat
wordt sterk bemoeilijkt door de harde wind. Als de sleepkabel opnieuw breekt,
is de DELFT reddeloos verloren en zinkt. Het is zondagochtend, 15 oktober 2.30
uur...
weerzien
180 jaar lang ligt het wrak van de DELFT in de doodse stilte van het diepe,
donkere water van de Noordzee. Tot een nazomermiddag in 1977, als de Scheveningse
visser Maarten Letsch met zijn kotter aan het vissen is. Op zo'n 22 mijl ten
noordwesten van Scheveningen laat hij zijn twee trechtervormige netten aan beide
zijden van het schip over de zeebodem slepen. Plotseling voelt hij een schok
aan één van de netten. Hij mindert vaart en haalt het net op.
Behalve wat vissen en krabben ontdekt hij een vreemde vangst: in het net bevindt
zich een zware, ronde roestige kogel en een stuk wrakhout.
Het kon niet anders of hier lag een onbekend wrak op de zeebodem. Letsch noteert de positie een neemt zich voor om terug te komen.
duiken
Terug in Scheveningen zoekt Letsch contact met de Noordzee Duikvereniging Siréne
in Den Haag. Hij vertelt hen over zijn vondst en vraagt of men interesse heeft
om eens op de bewuste plek te gaan duiken. Bij navraag bij verschillende instanties
blijkt niemand op de hoogte te zijn van een eventueel wrak. Maar de nieuwsgierigheid
van de Siréne-leden is voldoende gewekt om eens een kijkje te nemen.
Dat gebeurt korte tijd later, als ze op de kotter van visser Letsch meevaren
naar de plek van het vermoede wrak. Daar worden de stoutste verwachtingen overtroffen:
op ongeveer 25 meter diepte ligt inderdaad een wrak en de duikers slagen er
later zelfs in een bronzen kanon te bergen en aan land te brengen. Het kanon
wordt aangegeven bij de Scheveningse strand-vonder, die daarna officieel rapport
uitbrengt aan de juiste instanties.
Deze vondsten en het erop volgende onderzoek van de heer. J.F. Fischer Fzn,
die ook de identiteit van het wrak vaststelde, hebben de basis gelegd voor het
tweede leven van 's Lands Schip van Oorlog DELFT.
De Noordzee Duikvereni-ging Sirene heeft na vele jaren duiken een indruk-wekkende
verzameling attributen uit het water gehaald, zoals kogels, vierkante jeneverflessen,
een eiken rolpaard (affuit van een scheepskanon), blokken en meer ...
Meer over deze vondsten en over de Noordzee Duikvereniging Sirene vind u op
de website van de vereniging, waarvan ook deze (verkleinde) afbeeldingen zijn
over-genomen. home.wanadoo.nl/sirene
bron tekst: "de complete en authentieke geschiedenis van 's Lands Schip van Oorlog DELFT en de waarheid over de zeeslag bij Camperduin". J.F. Fischer Fzn. 1997 uitgeverij Van Wijnen
Van weinig schepen uit de zeventiende en achttiende eeuw zijn de originele
scheepsbouwtekeningen en het bestek bewaard gebleven. De tekeningen van de DELFT
zijn er gelukkig nog wel.
Dankzij deze tekeningen en de uitgebreide documentatie, is het mogelijk een
natuurgetrouwe kopie te bouwen van dit linieschip, dat in 1783 te Delfshaven
te water gelaten werd.
Haar naam word nu: 'De Delft'
Schiehaven
Het plan was om 'De Delft' te bouwen op de plek waar ook haar voorganger is
gebouwd, in de Voorhaven te Delfshaven. Uit onderzoek is echter gebleken dat
deze inmiddels te ondiep is geworden voor een schip met de afmetingen van 'De
Delft'. Bovendien is er geen geschikte doorgang naar de Maas en is deze oude
stadswijk lastig te bereiken. Daarom is uitgeweken naar een groot terrein aan
de Schiehaven, tegenover de Voorhaven.
Met ruim voldoende parkeergelegenheid bovendien.