Historie - VOC
Hoewel 's lands schip van oorlog DELFT
geen VOC-schip was, maar onder het gezag stond van de Admiraliteit,
werden veel van de zeeslagen in de 17e en 18e eeuw beïnvloed
door de belangen van met name deze multinational. Belangen die nauw
verweven waren met de belangen van de staat.
De VOC, de Vereenigde Oost-Indische Compagnie, was een handelsvereniging
die in de 17e en 18e eeuw het monopolie bezat op de handel van de
Republiek der Verenigde Nederlanden met gebieden in Azië en vooral
Indië. officiële naam: Generale Ned.
Geoctroijeerde Oost-Indische Compagnie.
oprichting
Aan
het einde van de 16e eeuw begonnen kooplieden regelmatig schepen
naar Azië te sturen om daar handel te drijven. De overheid
wilde
door samenwerking tussen de kooplieden de winst verbeteren
en de continuïteit op deze vaart waarborgen. Op 20 maart
1602 werd daarom de VOC gesticht. Dankzij actieve
steun
en kapitaal van de overheid wist zij uit te groeien tot een
succesvolle
handelsonderneming.
De
VOC bestond uit 6 kamers (vestigingen) te Amsterdam,
Middelburg,
de Maasmond (Rotterdam en Delft), West- Friesland
(Hoorn en Enkhuizen), die de schepen uitrustten.
Het
dagelijks bestuur bestond uit 17 leden: de Heren XVII
.

In
Azië werd een groot imperium opgebouwd. Als enige Westerse
mogendheid
richtte de VOC ook in Japan een vestiging op, op het eiland
Decima. |
handelsoorlogen [zie popup]
Het monopolie van de VOC werd uiteraard betwist door andere mogendheden, met name door Engeland,
en was de aanleiding voor een aantal handelsoorlogen. De vier Engelse oorlogen in de 17e en 18e
eeuw leidden tot belangrijke zeeslagen in de machtsstrijd om deze commerciële belangen.
Tot de producten die door de compagnie verhandeld werden
behoorden o.a. peper, kaneel, nootmuskaat, koffie, thee, foelie,
kruidnagels, katoen, zijde en porcelein.
anekdote
Dat
de hoge heren der VOC in Nederland niet altijd over de juiste kennis
van zaken beschikten toont de volgende anekdote. Toen men ontdekte
dat er op de foelie veel meer werd verdiend dan op de nootmuskaat
werd de opdracht gegeven om op Banda alle nootmuskaatbomen plat te
branden en uitsluitend foeliebomen aan te planten. Toen de heren werd
uitgelegd dat beide specerijen van dezelfde boom (Myristica Aromatica)
afkomstig zijn, werd de opdracht haastig weer ingetrokken.
afstand [zie popup]
Vanwege de grote afstand, een bericht uit "de Oost" deed er 8 maanden
over, werd een permanent bestuur in Batavia (Java, Indonesië)
ingesteld. Het bewind in Indië was hard en niet altijd eerlijk.
Delfshaven
De VOC heeft ook voor Rotterdam een belangrijke rol gespeeld. Als
één van de zes kamers ontving
Rotterdam niet alleen haar deel van de VOC-winst, maar was de stad
ook verzekerd van veel werkgelegenheid in de diverse havens en op
de scheepswerven, waar druk werd gebouwd aan VOC- schepen.
Ook Delfshaven, als vestigingsplaats van de werf en het magazijn
van de Kamer Delft, deelde mee in het succes van de VOC.
Zo herinnert onder meer het voormalige VOC-gebouw aan de Achterhaven
nog aan het roemrijke VOC-verleden. En het was ook hier recht tegenover
op de punt van de Waaldijk, het Oosterhoofd, dat ruim tweehonderd
jaar geleden in opdracht van de Admiraliteit 's-Lands Schip van Oorlog
DELFT werd gebouwd.
Zoals gezegd: het linieschip DELFT was een oorlogsschip van de Admiraliteit
en geen VOC-schip. De DELFT heeft wel VOC-schepen geëscorteerd
ter bescherming tegen piraterij. Vooral de barbarijse piraten waren
berucht voor wat betreft het kapen van huiswaarts kerende VOC-schepen.
In 1641 is er overigens wél een klein VOC-retourschip met de
naam 'Delft' gebouwd op de Delfshavense VOC-werf.
Ondergang van de VOC
Tot halverwege de 18e eeuw was de compagnie zeer succesvol, maar daarna
werden de resultaten steeds slechter. Oorzaken waren o.a. het verlies
van het monopolie en de onuitroeibare corruptie binnen de VOC. In
1796 was de schuld opgelopen tot 125 miljoen gulden en als gevolg
hiervan werd op 17 maart 1798 de VOC opgeheven. Haar bezit
en schulden werden door de Staat overgenomen. |
|